Veenpark
Berkenrode 4
7884 TR Barger-Compascuum
T. 0591-324444
E. info@veenpark.nl

 

Van eikenbosje tot grootste museum


Het is 1966 als Engel Wilken aan de bevolking van Barger-Compascuum toestemming geeft om in het eikenbosje achter haar café een expositie ter ere van het 100-jarig bestaan te bouwen. De dorpsbewoners gaan aan de slag. Ze bouwen een compleet dorp; 't Aole Compas. Niemand schijnt zich er om te bekommeren dat met mevrouw Wilken is afgesproken dat de bouwsels na de zomer weer moeten worden verwijderd. Misschien hadden ze een voorgevoel. Na 45 jaar blijkt dat voorgevoel terecht te zijn geweest. De toenmalige Commissaris van de Koningin van Drenthe, de heer Gaarlandt, opende het museumdorp met de woorden "dit mag nooit meer verdwijnen". Tot vandaag is gebleken dat de commissaris een vooruitziende blik had. Het Veenpark is, met 160 hectare, inmiddels het grootste museum van Nederland.

't Aole Compas
Het Aole Compas bestaat nog steeds. En hoewel er een veel groter veenkoloniaal museumdorp Bargermond is verrezen, is het nog steeds het kloppend hart van het museale deel van het Veenpark.
De gedichten, geschreven door Minne Veringa, die in 1966 werden geplaatst prijken nog steeds op borden bij de schamele onderkomens. Bijzonder is dat 't Aole Compas pas nog werd uitgebreid. Aan de rand van het bos met de prachtige eiken werd een onderduikerhol uit de laatste wereldoorlog gebouwd. In de Turfbult van Rooie Geert werden door de bezetter gezochte mensen verborgen en geholpen.
Vlakbij de turfbult, naast de plek waar ooit het café van Wilken stond, staat de meer dan 130 jaar oude schuur die bij het café hoorde. Een schuur die in 1872, voor een paar jaar, in gebruik werd genomen als de eerste kerk van Barger-Compascuum.