Van eikenbosje tot grootste museum Het is 1966 als Engel Wilken aan de bevolking van Barger-Compascuum toestemming geeft om in het eikenbosje achter haar café een expositie ter ere van het 100-jarig bestaan te bouwen. De dorpsbewoners gaan aan de slag. Ze bouwen een compleet dorp; 't Aole Compas. Niemand schijnt zich er om te bekommeren dat met mevrouw Wilken is afgesproken dat de bouwsels na de zomer weer moeten worden verwijderd. Misschien hadden ze een voorgevoel. Na 45 jaar blijkt dat voorgevoel terecht te zijn geweest. De toenmalige Commissaris van de Koningin van Drenthe, de heer Gaarlandt, opende het museumdorp met de woorden "dit mag nooit meer verdwijnen". Tot vandaag is gebleken dat de commissaris een vooruitziende blik had. Het Veenpark is, met 160 hectare, inmiddels het grootste museum van Nederland. 't Aole Compas
|
![]() | ![]() | ![]() |





